Lenore

Edgar Allan Poe

 

Ah, broken is the golden bowl! — the spirit flown forever!
Let the bell toll! — a saintly soul floats on the Stygian river: —
And, Guy De Vere, hast thou no tear? — weep now or never more!
See! on yon drear and rigid bier low lies thy love, Lenore!
Come, let the burial rite be read — the funeral song be sung!—
An anthem for the queenliest dead that ever died so young —
A dirge for her the doubly dead in that she died so young.

"Wretches! ye loved her for her wealth and ye hated her for her pride;
And, when she fell in feeble health, ye blessed her — that she died: —
How shall the ritual, then, be read? — the requiem how be sung
By you — by yours, the evil eye — by yours the slanderous tongue
That did to death the innocence that died and died so young?"

Peccavimus; yet rave not thus! but let a Sabbath song
Go up to God so solemnly the dead may feel no wrong!
The sweet Lenore "hath gone before," with Hope that flew beside,
Leaving thee wild for the dear child that should have been thy bride —
For her, the fair and debonair, that now so lowly lies,
The life upon her yellow hair, but not within her eyes —
The life still there upon her hair — the death upon her eyes.

"Avaunt! — avaunt! from fiends below the indignant ghost is riven —
From Hell unto a high estate far up within the Heaven —
From grief and groan to a golden throne beside the King of Heaven! —
Let no bell toll, then! — lest her soul, amid its hallowed mirth,
Should catch the note as it doth float up from the damnéd Earth!
And I — to-night my heart is light! — no dirge will I upraise,
But waft the angel on her flight with a Paean of old days!"

 

Lenoor
Nederlandse vertaling door Jules Grandgagnage (2026)

 

Ach! de gulden huls gebroken, de geest voorgoed verlaten!
Luid de klok!—een zuivere ziel drijft op het stygisch water: 
En, Guy de Vere, geen tranen? Huil nu of wordt nooit meer
gehoord!
Zie deze nare stijve baar haar dragen, je liefste Lenoor!
Kom, draag de begrafenisriten voor, en zing in koor het rouwlied,
een hymne voor de vorstelijkste dode die ons zo jong verliet.
een psalm voor haar, als dubbel dood daar zij ons jong verliet.

"Schoften! Door jullie geliefd om haar bezit en om haar trots gehaat;
En toen ze ziek was en sterven kon, bezwoeren jullie haar
Hoe wordt het ritueel dan voorgelezen? – het requiem gezongen?
Door jullie – door jullie boze oog – en lasterlijke tongen
die de onschuldige zo jong de dood in hebben gedwongen?"


Peccavimus; maar raas niet zo! Maar laat een sabbatlied
zo plechtig tot God opstijgen dat de doden geen onrecht geschiedt!
De lieve Lenoor "is voorgegaan", met Hoop aan haar zij
en jij bleef achter, rouwend om haar die je bruid had moeten zijn.
In haar, de mooie en charmante, die nu zo nederig ligt,
zit leven in haar blonde haar, maar niet meer in haar blik —
Het leven zit nog in haar haar — de dood ligt in haar blik.


Ver weg van 't kwaad beneden is de verstoorde geest ontstegen —
Van de hel naar hoge staat in de hemel verheven—
Van leed en klacht tot naast de gouden koningstroon der Hemelen! —
Geen klokgelui! — opdat haar ziel, in heilige vrolijkheid,
die roep niet op zou vangen uit het verdoemde aarderijk!
Vannacht - hoe licht is mijn hart !- zing ik geen klaaglied meer,
maar sta ik de vliedende engel bij met lofzang van weleer!